Standpunten

Categories: Beleid

Buitenlandse sprekers

SPIOR biedt regelmatig ondersteuning aan haar aangesloten organisaties omtrent het inzetten van buitenlandse sprekers. Helaas is de aanleiding hiervoor vaak maatschappelijke ophef in politiek en media. Ook heeft SPIOR veel vragen gekregen naar aanleiding van de brief van minister Asscher die kort voor de Ramadan 2016 werd verstuurd, waarin werd gewezen op de verplichting tot het aanvragen van een tewerkstellingsvergunning voor buitenlandse sprekers. De timing en het feit dat de brief enkel was gericht aan islamitische organisaties viel bij de achterban niet in goede aarde.

Uit de praktijk blijkt dat de intentie bij het uitnodigen van sprekers gericht is op het versterken en onderwijzen van de gemeenschap. Hierbij is het goed om bewust te zijn van de context waarin we dat doen. In de visie van SPIOR betekent dit onder meer dat sprekers moeten bijdragen aan kennis en bewustzijn over hoe te leven als moslim in Nederland. Sprekers uit het buitenland kunnen daarop een interessante en nuttige visie hebben, mits zij de context van de moslims in Nederland begrijpen. Het is belangrijk dat de moskee vooronderzoek verricht over de uit te nodigen spreker. Vanzelfsprekend dient hierbij de Nederlandse wet- en regelgeving in acht te worden genomen. Dit betekent onder meer dat sprekers niet mogen aanzetten tot geweld, haat of discriminatie. Dat past ook niet bij onze visie als moslims.

Het kan wel eens voorkomen dat een visie aanleiding geeft tot discussie of dat er, al dan niet terecht, ophef ontstaat over een spreker. Vaak wordt er dan verwezen naar uitspraken die in het verleden zijn gedaan of bijvoorbeeld uit context zijn gehaald. Deze discussies moeten wij niet uit de weg gaan. De vrijheid van meningsuiting geeft ons juist de vrijheid om verschillende visies te uiten, maar dat betekent ook dat wij bereid moeten zijn om hierover uitleg te geven. Verder is het van groot belang, zeker in deze tijd van polarisatie, dat we ons er goed van bewust zijn dat onze keuzes ook effect hebben buiten de moskee of organisatie. Dit betekent dat we pro-actief dienen te communiceren richting de bredere samenleving en dat sprekers ook (voor)bereid moeten zijn om uitleg te geven over hun standpunten. Kortom: openheid en transparantie staan centraal. Vanuit deze visie ondersteunen wij de bij SPIOR aangesloten organisaties. Zo kunnen wij samen de moslimgemeenschap in Rotterdam-Rijnmond, in al haar diversiteit, versterken en bijdragen aan onze samenleving.

Op 19 december 2016 organiseerde SPIOR voor haar achterban een mini-conferentie over dit thema.


Kabinetsvoorstel verbod gezichtsbedekkende kleding

Een verbod om gezichtsbedekkende kleding te dragen is in strijd met het recht op zelfbeschikking – en in het verlengde daarvan de vrijheid van kledingkeuze. Dit fundamentele recht zou door de overheid beschermd moeten worden. De overheid zou zich in beginsel niet mogen mengen in hoe burgers zich kleden, zelfs als die kleding als niet uitnodigend wordt beschouwd. Wel zijn er situaties denkbaar waarbij vanwege de veiligheid of functionaliteit in bepaalde beroepen voorwaarden worden gesteld aan de kledingvoorschriften. Binnen de huidige wet- en regelgeving is hiervoor reeds voldoende mogelijkheid. Zo kan ten behoeve van de identificatie, bijvoorbeeld bij een paspoortaanvraag of op het vliegveld, worden verzocht het gezicht te tonen. Uit de praktijk blijkt ook dat dit niet als een belemmering wordt ervaren door vrouwen die gezichtsbedekkende kleding dragen. Het roept daarom vragen op over de toegevoegde waarde van dit wetsvoorstel. Het wetsvoorstel kan bovendien resulteren in groeiende polarisatie in de samenleving en dat vrouwen met gezichtsbedekkende kleding zich in toenemende mate onveilig voelen. Dit blijkt ook uit ons rapport ‘Islamofobie in zicht’: er is sprake van een toename van agressie en discriminatie jegens vrouwen met niet alleen gezichtsbedekkende kleding, maar ook met een hoofddoek.


Inbreng SPIOR m.b.t. buitenlandse financiering van islamitische instellingen

In de Tweede Kamer zijn diverse moties aangenomen over buitenlandse financiering van islamitische instellingen. Naar aanleiding hiervan belegden de ministers Van der Steur en Asscher eind oktober een overleg met diverse islamitische koepelorganisaties, waaronder SPIOR. Lees hier de bijdrage van SPIOR voor dit overleg. De gesprekken krijgen nu op ambtelijk niveau een vervolg.


Turkse religieuze stromingen en organisaties

Eind september verscheen een onderzoek naar zogenoemde ‘Turkse religieuze stromingen en organisaties’, uitgevoerd door de hoogleraren Landman en Sunier, op verzoek van de overheid. Enkele weken geleden werden de uitkomsten van het onderzoek en de reactie van minister Asscher daarop in de kamer besproken, wat heeft geleid tot felle discussies in politiek en samenleving. Hoewel de uitkomsten van het onderzoek daar op zich geen aanleiding toe gaven, heeft minister Asscher aangegeven de betreffende organisaties te willen gaan monitoren. De meeste van de daarin genoemde bewegingen zijn ook in bij SPIOR aangesloten organisaties vertegenwoordigd. SPIOR heeft naar aanleiding hiervan een brief aan de minister gestuurd vanuit de lokale ervaringen met de betreffende organisaties. Een passage uit de brief: “Wij kennen de bij ons aangesloten organisaties van de drie genoemde bewegingen op lokaal niveau als betrokken, constructieve en op participatie gerichte instellingen. Het zijn organisaties die al lang aangesloten zijn bij SPIOR, de koepel van 66 moslim organisaties in Rotterdam-Rijnmond van 12 verschillende culturele achtergronden. Dat alleen is al een uiting van het feit dat deze organisaties zich niet terugtrekken in de eigen culturele of religieus-ideologische kring. Het zijn organisaties die actief betrokken zijn bij het stimuleren van jongeren in hun ontplooiing, zodat ze verder kunnen komen met opleiding en werk en hun bijdrage kunnen leveren aan de Nederlandse samenleving. Het zijn organisaties die activiteiten ontplooien om verbindingen met wijk- en stadsgenoten van andere culturele en religieuze achtergronden aan te knopen en te versterken. Het zijn organisaties die hun medewerking verlenen aan discussies over gevoelige onderwerpen, zoals gedwongen uithuwelijking en seksuele diversiteit. Het zijn ook organisaties die hier in Rotterdam al sinds 2006 betrokken zijn bij trajecten ter versterking van het pedagogisch-didactisch klimaat in het non-formele onderwijs”. We besluiten de brief met een oproep aan de minister om te kiezen voor vertrouwen en samenwerking, in plaats van voor wantrouwen en verdachtmakingen.

Klik hier voor de brief van SPIOR aan Minister Asscher.

Klik hier voor de brief van de Minister aan de Kamer.

Klik hier voor het hele rapport.

Klik hier voor de hoofdlijnen van het rapport.

Klik hier voor het artikel in het NRC.


Standpunt SPIOR radicalisering

In de afgelopen maanden worden we overstelpt met beelden en berichten uit met name Syrië en Irak van grove schendingen van de menselijkheid door onverdraagzaamheid en geweld. Nederlandse moslims, waaronder SPIOR en haar achterban in Rotterdam-Rijnmond, nemen hier, net zoals andere medeburgers, geschokt en met afschuw kennis van. In de moskeeën en organisaties in onze achterban wordt al maanden en sterker nog, al jaren, duidelijk stelling genomen tegen iedere vorm van extremisme. Dat dit geweld wordt gepleegd uit naam van de islam, de religie die ons juist inspiratie en aansporing biedt tot vreedzaam samenleven, barmhartigheid, omzien naar anderen en mede verantwoordelijkheid nemen voor de gedeelde samenleving, maakt het voor ons extra pijnlijk om aan te zien.

SPIOR en de aangesloten organisaties zetten zich in voor preventie van radicalisering, onder meer door te investeren in weerbaarheid, onderwijs en werk. En door open discussies aan te gaan. Ook wij willen niet dat jongeren en hun familie slachtoffer worden van extremistische denkbeelden. Voor degenen die feitelijk misdaden plegen, hebben we vertrouwen in de werking van onze rechtsstaat. Tegelijkertijd maken we ons zorgen over mogelijk onbedoelde effecten van de toon van het politieke en publieke debat op dit punt. Steeds meer Nederlandse moslims voelen zich daardoor tweederangs burger in eigen land. Eenzijdige nadruk op repressieve maatregelen voor specifiek moslims, kan bovendien ‘munitie’ bieden voor ronselaars. Jongeren die kwetsbaar kunnen zijn voor dit verhaal, moeten we naar onze overtuiging juist dicht bij ons houden – open het debat aangaan en extremistisch gedachtegoed duidelijk aan de kaak stellen en tegelijk stellig laten weten en voelen dat ze volwaardig onderdeel zijn van deze samenleving. Een samenleving zonder uitsluiting, op welke grond dan ook. (Zie in dit kader ook de eerder gelanceerde campagne ‘Wij zijn MEER: Met Elkaar Een Rotterdam’) Daar zetten we ons al jaren voor in en dat zullen we blijven doen.

SPIOR heeft dit standpunt in diverse media toegelicht. Klik hier voor een overzicht van deze media.


Reactie discriminatoire uitspraken

Op woensdagavond 19 maart gaf Geert Wilders, partijleider van de Partij voor de Vrijheid (PVV), een toespraak tijdens een partijbijeenkomst in Den Haag. Op de beelden die hiervan zijn gemaakt, is te zien hoe Geert Wilders de aanwezigen vraagt of zij meer of minder Marokkanen wilden in Nederland. Hierop scandeerden zij dat ze minder Marokkanen wensten, waarop Geert Wilders lachend antwoordde: ‘Dan gaan we dat regelen’.

SPIOR heeft geschokt kennis genomen van deze uitspraken. Voor een gezonde samenleving is het van groot belang dat alle groepen in Nederland zich onderdeel van de samenleving voelen en goed met elkaar samenleven. Sociale uitsluiting en discriminatie moeten daarom worden bestreden. Niet alleen door degenen die gediscrimineerd worden, maar ook door een ieder die staat voor een samenleving zonder discriminatie en uitsluiting. De Nederlandse wet biedt hiervoor duidelijke kaders. SPIOR is in deze kwestie in overleg met diverse instanties, waaronder anti-discriminatiebureau RADAR, om nadere stappen te onderzoeken.


Discriminatie van moslims vergt meer aandacht

Op woensdag 9 april belegde minister Asscher een rondetafelbijeenkomst met diverse maatschappelijke organisaties over het thema ‘islamofobie en discriminatie van moslims’. SPIOR was een van de deelnemers aan deze rondetafelbijeenkomst en bracht naar aanleiding van de bijeenkomst samen met RADAR een persbericht uit. Hieronder leest u het gehele bericht.

PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT PERSBERICHT

Op woensdag 9 april belegde minister Asscher een rondetafelbijeenkomst met diverse maatschappelijke organisaties over het thema ‘islamofobie en discriminatie van moslims’. De voornaamste conclusie van de bijeenkomst is dat het gaat om een reëel maatschappelijk probleem dat om een actieve aanpak vraagt. Onder de deelnemers waren het Rotterdamse antidiscriminatiebureau RADAR en SPIOR, de islamitische koepelorganisatie van dezelfde regio. Deze organisaties werkten al eerder samen in een verkennende studie naar het fenomeen islamofobie en mogelijkheden van aanpak. Derde partner in de studie was het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël), om te leren van de jarenlange ervaring in het monitoren en agenderen van antisemitisme. Het rapport van deze verkennende studie verscheen recent.

In het rapport wordt onder meer geconcludeerd dat uit de beschikbare data blijkt dat het aantal incidenten van discriminatie tegen moslims de afgelopen jaren structureel stijgt. De aanbevelingen zijn erop gericht om meer data boven tafel te krijgen, die nader te analyseren en daarop gebaseerd een actieve aanpak te ontwikkelen om islamofobie en discriminatie van moslims tegen te gaan.

Cyriel Triesscheijn, directeur RADAR: ‘Uitsluiting en discriminatie van moslims blijkt op basis van gegevens van de politie en organisaties als RADAR en SPIOR bepaald geen marginaal verschijnsel. Een goede, samenhangende analyse van dergelijke gegevens is wezenlijk voor een effectieve aanpak.’

Marianne Vorthoren, directeur SPIOR: ‘We krijgen veel signalen van mensen over discriminatie of vijandige bejegening bijvoorbeeld op straat of op de arbeidsmarkt vanwege het feit dat ze moslim zijn. Tegelijkertijd zijn er frustraties dat deze vorm van discriminatie in het publieke debat maar weinig aandacht krijgt. Het is belangrijk om stappen te zetten om ook deze vorm van discriminatie aan de kaak te stellen en tegen te gaan, net als andere vormen. Het rondetafelgesprek met de minister is wat ons betreft een belangrijke stap geweest om dit op de agenda te zetten.’


Inbreng SPIOR rondetafelgesprek huwelijksdwang Tweede Kamer, 7 juni 2012

Op 7 juni hield de Tweede Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie een rondetafelgesprek over huwelijksdwang, achterlating, polygamie en vrouwelijke genitale verminking, waarbij de nadruk lag op huwelijksdwang. Dit naar aanleiding van een voorgestelde wetswijziging waarmee de mogelijkheden tot aanpak van deze zaken binnen het strafrecht zouden worden uitgebreid. Ook SPIOR was uitgenodigd bij dit gesprek. Marianne Vorthoren, directeur SPIOR, legde in haar bijdrage vooral de nadruk op het belang van preventie in aanvulling op andere mogelijke maatregelen. Dit vanuit de ruime ervaring en expertise die SPIOR hierin heeft opgedaan. Door diverse andere genodigden aan het rondetafelgesprek werd de aanpak van SPIOR genoemd als ‘best practice’. De door SPIOR vooraf ingezonden gespreksnotitie kunt u hier lezen. De lijst van deelnemers aan het gesprek vindt u hier.


Convenant slacht volgens religieuze riten

Op 19 juni 2012 stemde de Eerste Kamer over het wetsvoorstel van de Partij voor de Dieren om de onbedwelmde rituele slacht te verbieden. Er was geen meerderheid voor het voorstel in de Eerste Kamer. Daarmee komt er geen verbod op de slacht volgens religieuze riten, zoals volgens de joodse en islamitische ritus. SPIOR is verheugd dat hiermee de godsdienstvrijheid in Nederland is beschermd, wat voor ons een belangrijke inzet is geweest in onze communicatie met onder meer leden van de Tweede en Eerste Kamer in de afgelopen periode (lees de brief die aan de leden van de Tweede en Eerste Kamer is verzonden). Vanaf december 2011 is overleg gevoerd met staatssecretaris Bleker om tot een convenant te komen waarmee het dierenwelzijn binnen de slacht volgens religieuze riten kan worden verbeterd.

Namens de moslimgemeenschap was hierin CMO, Contactorgaan Moslims en Overheid, gesprekspartner. SPIOR was binnen een werkgroep van het CMO betrokken bij de voorbereidingen omdat we ons ook voor het verbeteren van het dierenwelzijn sterk maken. Het convenant dat uiteindelijk is ondertekend, op 5 juni 2012, wordt echter niet onderschreven door SPIOR omdat hierin toch sprake is van bedwelming onder bepaalde omstandigheden. Dat laat onverlet dat SPIOR zich zal blijven inzetten voor manieren om het dierenwelzijn verder te verbeteren en tegelijkertijd de grondwettelijke godsdienstvrijheid te beschermen.